De bal wordt door de serveerder in het spel gebracht. Bij zijn opslag slaat hij de bal over het net naar het veld van de tegenpartij. Om de bal weer terug te spelen, mag elk team de bal drie maal raken. Normaal gesproken passt (onderhands spelen) de tegenstander de geserveerde bal naar zijn spelverdeler, die een set-up (bovenhands spelen) maakt naar één van zijn aanvallers. De aanvaller smasht (slaat) of plaatst de bal vervolgens weer naar de andere kant van het net.
Vangen of vasthouden mag niet. Bovendien is het niet toegestaan dat de bal twee keer achter elkaar door één en dezelfde speler wordt geraakt, behalve bij het blokkeren. Het spel gaat door totdat de bal in het speelveld de grond raakt, 'uit' gaat of door een team op een onjuiste wijze wordt teruggespeeld.
Puntentelling
Vanaf het seizoen 2000-2001 wordt in Nederland het Rally Point Systeem voor de puntentelling gebruikt (hier wordt soms van afgeweken in bijvoorbeeld recreantencompetities).
Rally Point Systeem
Het team dat de rally wint, krijgt een punt. Als het ontvangende team de rally wint, krijgt het niet alleen een punt erbij, maar ook het recht om op te slaan. Tevens draaien de spelers van dit team kloksgewijs één plaats door.
Een set wordt gewonnen door het team dat als eerste 25 punten behaalt, met een voorsprong van ten minste twee punten. Bij een gelijke stand van 24-24 gaat het spel door tot er een verschil van twee punten is bereikt.
De wedstrijd wordt gewonnen door het team dat als eerste drie sets wint, in sommige (hogere) klassen worden altijd vier sets gespeeld.
Wil je alle spelregels er op na slaan activeer dan de volgende link